
Bestand uploaden
Gebruik bij voorkeur een scherp bestand op ware grootte, idealiter met transparante achtergrond en minstens 300 dpi.
DTF staat voor Direct to Film: een moderne printtechniek waarbij je ontwerp op een speciale film wordt geprint en daarna met warmte op textiel wordt aangebracht. Het is een sterke en veelzijdige oplossing voor heldere prints op uiteenlopende stoffen.
De kern van DTF: een helder ontwerp, geprint op een transferfilm, gecontroleerde warmte en een eindresultaat dat strak op de stof ligt.

DTF werkt op katoen, polyester, blends, sporttextiel en andere veelgebruikte materialen. (ook karton)
Bij correct aanbrengen blijven kleuren mooi en blijft de transfer ook na veel wasbeurten goed zitten.
Bestel losse ontwerpen, combineer meerdere visuals op één sheet of kies voor een lopende meter.

Gebruik bij voorkeur een scherp bestand op ware grootte, idealiter met transparante achtergrond en minstens 300 dpi.

Bij normale aantallen worden bestellingen ontvangen op werkdagen tot 14:00u, dezelfde dag geprint en verzonden.

Transfer aanbrengen met een hittepers, 140 à 145 °C gedurende 15 à 20 seconden en verwijder de film in een voorzichtig vloeiende beweging.
Voor een scherpe, duurzame en professioneel afgewerkte DTF-transfer is een correct aangeleverd bestand minstens zo belangrijk als de printer, inkt, film en poeder.
Onderstaande instellingen vormen onze aanbevolen standaard voor DTF-productie.
Onderstaande formaten vormen onze aanbevolen standaard voor DTF-productie.
Een bestand dat als PDF wordt opgeslagen, wordt niet automatisch een vectorbestand.
De juiste resolutie zorgt voor scherpte zonder onnodig grote bestanden.
Minimum 300 DPI op het werkelijke afdrukformaat
Dit is voor vrijwel alle DTF-toepassingen de ideale balans tussen scherpte, bestandsgrootte en verwerking.
Voor ontwerpen met zeer fijne lijnen, kleine technische details, kleine teksten, lijntekeningen of zeer scherpe geometrische vormen kan 400 tot 600 ppi nuttig zijn.
Meer resolutie betekent echter niet automatisch een betere print. Een afbeelding van slechte kwaliteit die kunstmatig van 72 naar 300 ppi wordt gezet, bevat nog steeds dezelfde oorspronkelijke beeldinformatie.
Lever het ontwerp bij voorkeur aan op het formaat waarop het daadwerkelijk geprint moet worden.
Een logo van 10 cm breed dat op 300 ppi wordt aangeleverd, heeft ongeveer 1181 pixels breed nodig. Een bestand van 500 pixels breed kan dus niet zonder kwaliteitsverlies op 20 of 30 cm worden geprint.
Wanneer alleen het ontwerp geprint moet worden, moet de achtergrond volledig transparant zijn.
OPGELET: Bij DTF worden ook bijna onzichtbare pixels daadwerkelijk meegeprint.
Een van de meest voorkomende problemen bij DTF-bestanden is een lichte rand rondom een afbeelding.
Op donkere kleding kan zo’n lichte rand zeer duidelijk zichtbaar worden.
Controleer daarom altijd de contouren op zowel een lichte als een donkere achtergrond.
Anti-aliasing mag worden gebruikt om randen visueel glad te maken.
Voor normale illustraties is standaard anti-aliasing voldoende.
Supersampling is niet standaard noodzakelijk.
Gebruik supersampling alleen wanneer diagonale lijnen zichtbaar gekarteld zijn, extreem fijne illustraties worden gerasterd, of kleine geometrische vormen onvoldoende strak worden weergegeven.
Voor goede vectorbestanden is supersampling meestal overbodig.
DTF kan zeer fijne details reproduceren, maar niet ieder digitaal detail is praktisch printbaar.
Voor kritische toepassingen is iets dikker veiliger. Details die dunner zijn kunnen soms wel geprint worden, maar het resultaat wordt minder voorspelbaar.
Extreem kleine onderdelen kunnen tijdens het printen, het poederen, het persen of het wassen gedeeltelijk verdwijnen.
Voor zelfstandige lijnen en details: ongeveer 0,5–0,75 mm
Gebruik voor kleine tekst bij voorkeur duidelijke lettertypes, voldoende lijndikte en zo weinig mogelijk extreem dunne schreefdetails.
Tekst kleiner dan ongeveer 5–6 mm hoog altijd extra controleren.
Bij zeer dunne fonts kan zelfs grotere tekst problematisch zijn.
Zet lettertypes bij voorkeur om naar outlines voordat het bestand wordt aangeleverd.
Gebruik voor gewone zwarte illustraties en teksten een duidelijke, zuivere zwarte kleur.
Vermijd onnodig samengestelde donkere kleuren wanneer gewoon zwart bedoeld wordt.
Bij foto’s en illustraties mogen uiteraard verschillende donkere tinten voorkomen.
Het uiteindelijke zwart wordt mede bepaald door RIP-instellingen, inkthoeveelheid, ICC-profiel, textielkleur en witte onderlaag.
Voor DTF is (s)RGB vaak de beste aanlevermethode wanneer de gebruikte RIP-software en het ICC-profiel daarvoor zijn ingericht.
Gebruik daarom alleen CMYK-profielen als daar een specifieke reden voor is.
sRGB
Daarmee blijft doorgaans een groter kleurengamma beschikbaar dan wanneer het ontwerp vooraf al naar een generiek CMYK-profiel wordt geconverteerd.
Omdat een DTF-printer fysieke inkt gebruikt (Cyaan, Magenta, Geel, Zwart + Wit), moet het ontwerp uiteindelijk altijd in CMYK worden geprint. De beste keuze hangt af van hoe je bestand is opgebouwd.
Het RIP-programma vertaalt steeds de kleur vervolgens naar de beschikbare printerinkten.
Een beeldscherm kan kleuren weergeven die een standaard CMYK/DTF-printer niet exact kan reproduceren.
Het bestand kan technisch perfect zijn en toch enig kleurverschil vertonen tussen scherm en textiel.
Verlopen zijn geschikt voor DTF, mits ze voldoende resolutie bevatten.
Voor zeer zachte verlopen kan een hogere bitdiepte tijdens de ontwerpfase nuttig zijn.
Halftransparante elementen vereisen extra aandacht.
Bij DTF wordt onder gekleurde pixels doorgaans ook witte inkt gebruikt. Hierdoor kan een semi-transparant effect op textiel anders ogen dan op het computerscherm.
Controleer daarom transparantie-effecten altijd zorgvuldig.
Schaduwen zijn mogelijk, maar vermijd extreem lichte pixels die ver buiten het eigenlijke ontwerp vallen.
Een heel lichte schaduw kan op het scherm nauwelijks zichtbaar zijn maar na DTF-print alsnog een ongewenste waas veroorzaken.
Voor fotografische afbeeldingen gelden deze richtlijnen.
Een slechte foto wordt niet automatisch goed door deze naar 300 ppi te vergroten.
AI-upscaling kan nuttig zijn wanneer geen beter origineel beschikbaar is.
Maar AI kan ook nieuwe details verzinnen.
Supersampling is geen standaardvereiste voor DTF.
Pas dit alleen toe wanneer het daadwerkelijk een zichtbaar voordeel oplevert.
Zoom vóór productie sterk in op deze punten.
Problemen die op een transparante Photoshop-achtergrond niet opvallen, worden zo vaak wel zichtbaar.
Bij afzonderlijke DTF-transfers hoeft rondom een ontwerp normaal geen afloop of bleed te worden toegevoegd.
De printcontour wordt bepaald door het ontwerp zelf.
Voeg dus geen snijtekens, registratiemarkeringen, witte marge of afloop toe, tenzij dit specifiek werd afgesproken.
Bij een gang sheet gelden deze plaatsingsregels.
Meer ruimte kan handig zijn wanneer transfers afzonderlijk worden uitgeknipt.
minimaal 5–10 mm
Hou altijd rekening met de effectieve printbreedte van de gebruikte DTF-film en printer.
Een filmrol van bijvoorbeeld 35 cm betekent niet automatisch dat exact 35 cm bruikbaar is. Het RIP-programma en de printer kunnen een technische marge vereisen.
Ontwerpen worden daarom binnen de beschikbare netto-printbreedte geplaatst.
Lever ontwerpen normaal leesbaar aan.
Afbeeldingen en tekst moeten dus niet gespiegeld te worden. Het spiegelen wordt tijdens de productie automatisch uitgevoerd voor het DTF-proces.
Voor een voorspelbaar resultaat gelden deze richtlijnen.
Een scherm dat niet gekalibreerd is, kan kleuren anders weergeven dan de uiteindelijke transfer.
Wanneer je één eenvoudige technische standaard wilt hanteren:
Een perfect DTF-bestand is niet noodzakelijk het bestand met de meeste pixels. Het perfecte bestand heeft voldoende resolutie, correcte afmetingen, scherpe contouren, transparante achtergrond, geen ongewenste pixels, correcte kleuren, printbare details en zo weinig mogelijk onnodige beeldbewerking.
300 ppi op het juiste formaat, een schoon transparant bestand en correcte contouren zijn in de praktijk belangrijker dan extreme resoluties of automatische supersampling.
Een DTF-transfer ontstaat in vier stappen bij ons in het atelier. De vijfde stap doe je zelf met een hittepers.
Je bestand wordt op ware grootte gezet, met transparante achtergrond en minstens 300 dpi. Zo blijven lijnen, letters en details scherp.
Een DTF-printer legt eerst de kleuren (CMYK) en daarna een witte onderlaag op een PET-film. Die witlaag zorgt dat kleuren ook op zwart textiel helder blijven.
Op de nog natte inkt komt een fijn hotmelt-poeder. Dat poeder is de eigenlijke lijm tussen de print en de vezels van je textiel.
De film gaat door een oven of onder een warmte-element, waarbij het poeder smelt en één geheel vormt met de inkt. Daarna is de transfer klaar om te verzenden.
Jij perst de transfer met een hittepers op 140 à 145 °C, 15 à 20 seconden, met medium druk. Daarna peel je de film weg en pers je kort na.
Twijfel je tussen DTF, flex, sublimatie, zeefdruk of DTG? Deze vergelijking zet de verschillen naast elkaar per materiaal, detail en oplage.
| Techniek | Geschikte stoffen | Kleur & detail | Kleine oplage | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|---|
| DTF (Direct to Film) | Katoen, polyester, blends, triblend, sporttextiel, linnen | Fotokwaliteit, onbeperkt aantal kleuren | Vanaf 1 stuk | Hittepers sterk aanbevolen voor een constant resultaat |
| Flex / vinyl (snijfolie) | Katoen en blends | Vlakke kleuren, geen verlopen of foto’s | Vanaf 1 stuk | Elke kleur is een aparte laag: snel arbeidsintensief |
| Sublimatie | Enkel licht polyester (of polyestercoating) | Zeer zacht, kleur trekt in de vezel | Vanaf 1 stuk | Werkt niet op katoen en niet op donker textiel |
| Zeefdruk | Katoen en blends | Vlakke, zeer dekkende kleuren | Vanaf tientallen stuks | Per kleur een zeef en setupkosten: enkel interessant bij grote oplages |
| DTG (direct to garment) | Vooral katoen | Fotokwaliteit, heel zacht | Vanaf 1 stuk | Het kledingstuk moet door de printer: geen voorraad transfers mogelijk |
Omdat DTF vanaf 1 stuk werkt en op bijna elk textiel hecht, gebruiken zowel bedrijven als hobbyisten dezelfde techniek.
Logo’s op polo’s, softshells en T-shirts, met naam per medewerker of speler.
Kleine oplages testen zonder voorraadrisico en pas persen wanneer er verkocht is.
Fuiven, jubilea, wedstrijden of festivals: snel geleverd en vanaf 1 stuk.
Cadeaus, geboortelijsten, tote bags en creatieve projecten met eigen ontwerp.
Klas-, jeugdbeweging- of clubkleding, met verschillende formaten op één sheet.
Personeelsshirts, schorten en aankondigingen die er professioneel uitzien.
De termen die je tegenkomt bij het bestellen en persen van DTF-transfers, kort uitgelegd.
Wil je dieper ingaan op één onderdeel? Deze pagina’s gaan verder waar deze uitleg stopt.
Tijden, temperaturen en druk per methode, plus oplossingen bij problemen.
Hoe je een print +35 tot 50 wasbeurten mooi houdt: max. 40 °C, binnenstebuiten, geen wasverzachter.
Bestandsformaat, resolutie, transparantie, gang sheets en auteursrecht.
De oplossing wanneer bestaande sublimatiekleur door je nieuwe print heen komt.
Bestelstappen, levertijden en USP’s voor België en Nederland — vanaf 1 stuk, geen minimum.